Politiehumor. Grove grappen en zwarte randje aan het mooiste werk van de wereld.

We racen met zwaailichten en ons clublied (la lu la lu), de navigatie eruit, parkeren met piepende banden op de stoep, trekken de AED uit de achterbak en rennen de woning in. Er ligt een man op de grond, hij ziet er ongezond bleek uit en ligt in een beetje bloed bij zijn hoofd. Wij starten direct de reanimatie. Ik begin met borstcompressies, ondertussen knipt mijn collega de kleding los en plakt de stickers van de AED op de borst van de man.

De meldster is de buurvrouw en die staat naast ons te schreeuwen “Het kan niet, hij heeft volgende week zijn laatste chemo en dan is hij klaar! Hij is alleen maar van z’n stoel gevallen!” 
Ik probeer tijdens het reanimeren de vrouw enigszins te kalmeren. Vrij kansloos natuurlijk. Maar meer kon op dat moment niet. Want ja, multitasken tijdens het reanimeren is vrij lastig. Zelfs voor vrouwen.
Ik ben blij als ik de ambulance sirene hoor en ze de kleine woonkamer komen binnenrennen. 


(Kleine sidenote in dit verhaal: Laat mede hierom asjeblieft altijd onze ‘deurklem’ op de deur zitten. Lijkt een leuke onschuldige grap om die eraf te halen/te jatten maar de dan dichte deur kan serieus een leven kosten!) Een deurklem is een plastic klem die wij op deuren klikken die we graag open willen houden. Dan valt de deur niet in het slot en kan er iemand naar binnen zonder dat we vanuit binnen de deur weer open zouden moeten doen. Handig voor politie, brandweer en ambulance!

Als een geoliede machine werken we samen en woonkamer is binnen een paar minuten veranderd in een georganiseerde puinhoop.
Bloed, medische apparatuur, medicatie, verpakkingen..
Er worden wat medische termen in de rondte geroepen. De ambulance-mensen houden het hoofd koel. Ik vind het altijd knap hoe goed zij werken onder druk. 

IMG_9275.JPG

Honger

Een foto waar ik lekker schaamteloos blij sta te vreten. Ik kreeg hier een Liga en een mueslireep van lieve bewoners van een pand waar we uuuuuren bij het lint na een schietpartij (vandaar het extra zware kogelwerende vest) stonden. Ik had alleen ontbeten en was dus HEEL blij met ze!

Een ook toegesnelde motoragent zit inmiddels boven met de buurvrouw die ons gebeld had. Zij was goed bevriend met de man waar we een flinke tijd mee bezig zijn. We zetten ons met zijn allen volle bak in om zijn leven te redden. Tevergeefs. 

De ambulancebroeder schudt zijn hoofd “We stoppen ermee..” Wij brengen het slechtnieuwsgesprek zoals dat heet. Dat went nooit. En leuk of makkelijk wordt het ook nooit.

Schijnbaar had de buurvrouw al de vriendin van de man en zijn dochter in kennis gesteld. Wij wisten daar echter niets vanaf en worden overvallen door zijn vriendin, dochter met kleindochter op de arm en een goede vriend die ineens in de woning staan. Al deze mensen houden heel veel van de man die zojuist dood is verklaard. 

“Opa beetje moe?” 

Oorverdovende stilte.
Fuck. Ik zou niets liever willen dan ja zeggen tegen het meisje met het vrolijke palmboompje bovenop haar hoofd. Iedereen staat beneden in de woning apathisch voor zich uit te staren.  Er is even niets over van de paniek. Het is nu pure ongeloof.
“Maar hij was bijna beter.. dan kan hij toch niet nu dood zijn?” stamelt zijn goede vriend. Jawel. Hij is hartstikke dood. Het is oneerlijk.

Als we anderhalf uur later bovenop een zich tegen zijn aanhouding verzettende winkeldief zitten met flink hogere leeftijd dan de gemiddelde winkeldief zeg ik tegen mijn collega terwijl we de man met heel veel moeite in de handboeien frommelen: “Deze opa is niet een beetje moe”
Mijn collega snapt de slechte humor en moet hardop lachen. Wat voor een vreemde situatie zorgt natuurlijk. Want al worstelend toch nog moeten lachen is een redelijk gekke combinatie. 

Later hoorde ik via collega’s van het cellencomplex dat deze oudere man jarenlang gebokst had. Dat verklaarde zijn super-opa-kracht.
“Wij zijn lekker sportief vandaag Liek, reanimeren, partijtje opa-worstelen, wat gaan we nu doen? Cardio? Lekker stukkie rennen achter een straatrover aan?” 
“Krijg de tering, het zweet staat in m’n bilnaad, ik doe precies niks meer, ik heb trek in m’n tosti's!” 

Kort daarop komen we dezelfde bikkels van de ambulance tegen bij een ongeval. Een vrouw die met haar telefoon bezig was op de scooter is ten val gekomen en heeft een flinke schuiver gemaakt over het wegdek. Ik loop naar de ambulancebroeder toe om de situatie uit te leggen terwijl m’n collega nog bij de vrouw zit en haar geruststelt tot de ambulance er is. Ook zij gebruiken humor om met heftige dingen om te gaan:
“Hey! Jij weer hier, deze leeft nog, dat is wel fijn! Maar je timing is een beetje ruk, we wilden net gaan eten!” Ik zing zachtjes en uiteraard zo vals als een kraai:
“Vandaag is rood, de kleur van haar juurruukk. En ik heb verdomme ook honger..”
“Ahaha! Kijk je uit voor de ramen van m’n ambu!”
Pokerface op en samen lopen we naar de gevallen vrouw.
Haar witte jurk is kapot en rood van het bloed. Wij noteren gegevens, stellen haar vader in kennis dat ze in het ziekenhuis nagekeken gaat worden en zetten de scooter op slot. Die is voor latere zorg. Niets gebroken en geen hersenschudding blijkt als we haar later terug bellen om te vragen hoe het gaat.
“Ik vind het wel een goed excuus voor het kopen van een mooie nieuwe jurk, deze is naar de gallemiezen”  “Mooi rood is niet lelijk hoor mevrouw”
We lachen nog even aan de telefoon, ik ben blij dat het goed gaat met ‘dr. En dat ze weer kan lachen terwijl ze toch flink pijn heeft door alle schaafwonden.

Als je ergens met humor mee om wilt gaan, dan moet de humor nog grover zijn dan de realiteit. En de realiteit is bij ons en vele andere hulpverlenende- en zorgberoepen vaak zo heftig dat de grappen weer een overtreffende trap moeten zijn van iets wat toch al heftig is. Grappen over dood/bloed/geweld worden dan ook vaak gemaakt. Ik persoonlijk maak ook vaak grappen over het hebben van honger in combinatie met een melding.
“Nou wordt mijn patat koud omdat hij bedacht dat hij een overdosis moest nemen, kon ie daar niet even tien minuutjes mee wachten?!” bijvoorbeeld.
Nu zal je misschien denken dat het slechte respectloze dingen zijn maar ik kan je verzekeren dat bij elke reanimatie of wat voor een poging dan ook om een leven te redden of iemand te helpen er altijd met heel veel respect gehandeld wordt. Bij een melding van een reanimatie of iets anders waarbij seconden tellen bijvoorbeeld laat iedereen in een nanoseconde vallen waar ze mee bezig zijn en rent het bureau uit. Je treft ook regelmatig een lege kantine met volle bordjes/bakjes eten aan.
Ook in het geval van de vrouw die ten val gekomen was, is er alles aan gedaan om haar zo goed mogelijk te helpen.  Maar er wordt wel met humor mee omgegaan. En dat is fijn vind ik.

Humor is een manier van met dingen om gaan. Ook grove humor. Als we niet meer samen kunnen lachen, dan denk ik dat het werk meteen veel zwaarder zou zijn. Niet lang geleden postte mijn vriendinnetje Tess (die ook bij de politie werkt) een filmpje van een collega welke bij het NH nieuws een interview gaf over PTSS. Daar reageerde iemand onder met “If you can’t take the heat get out of the kitchen” 
Een andere reactie kwam van een collega:
“Onze ogen en ziel zijn veel ouder dan onze eigen leeftijd”
Deze beide opmerkingen raakten me. 

De eerste maakte dat het me motiveerde om te schrijven over het zwarte randje dat er aan ons prachtige werk zit. En de tweede raakte me omdat ik me realiseerde dat dat de beste kort-maar-krachtige omschrijving was die ik tot nu toe gelezen of gehoord heb over heftige incidenten.

Iedereen kent bepaalde beroepsdeformatie. Dingen die niet normaal horen te zijn worden normaal. Zaken die je misschien zouden “moeten” raken, die raken je niet meer zo. Je hebt een soort muurtje opgebouwd. Het komt niet meer rauw en keihard binnen. De grens van wat je normaal vindt, vervaagt.
Steeds meer wordt normaal. En ik persoonlijk denk dat dat wel ‘goed' is. Zolang je je er maar wel bewust van bent. Als alles in ons werk je persoonlijk raakt, dan word je gewoonweg te vaak geraakt. Als alles binnenkomt in je gevoel, hoofd en hart zoals je zintuigen het waarnemen, wordt het een puinzooi in je lijf. Dan verlies je de controle over de laatjes met meegemaakte zaken. Je kan ze dan niet meer zelf open of dicht doen maar leven ze een eigen leventje, gaan ze open en dicht wanneer het jou níet uitkomt. Je krijgt allerlei side effects die je niet wil. Je verandert langzaam in een schim van jezelf. En dat heeft natuurlijk weer invloed op alles en iedereen om je heen.

Zolang je praat over wat je voelt, aangeeft als het emmertje toch wel aan de volle kant is, kwetsbaar durft te zijn naar je collega’s en in je privé, dan gaat het vrijwel allemaal goed. 

En soms is het ook goed om even bewust gemaakt te worden. Door collega’s of een buitenstaander er even op gewezen worden dat het niet normaal is. Ook al weet je dat, soms is het goed het even te horen.


Kort geleden reed ik op de noodhulp auto van ons bureau met K. K en ik kennen elkaar al ontzettend lang en weten ook best wat van elkaars leven. We kregen we een niet alledaagse melding waarbij waarbij we benieuwd waren wat het verhaal er achter was.
Een uur later. Heel veel gepraat, getroost, veel empathie getoond en positieve energie in de situatie gestopt.
Ik plofte weer achter het stuur, en het eerste wat ik nodig had was een slok hete thee uit m’n thermosfles en een momentje voor mezelf. Ik ga er niet verder op in, maar BAM, deze melding had me geraakt.
Hij kwam binnen, DWARS door mijn muurtje heen. Rauw. Keihard. Even een paar minuten baalde ik ervan. Want waarom reanimeerde ik een paar dagen hiervoor nog iemand en stond toen een paar minuten daarna alweer gekke dansjes te doen met een stuk chocola in mijn mond? Waarom stonden de tranen me nu nader dan het lachen en had ik zelfs geen zin in chocola?
Maar vrijwel direct daarna vertelde ik K wat er was. Zij begreep me, en een beetje kletsend erover reden we naar het bureau voor de administratieve rompslomp die erbij kwam kijken. Ik praatte het even van me af en voelde me al gauw weer beter. 

“Gek” is dat deze melding die zo dwars door mijn muurtje heen kwam er eentje was waarbij je het niet zou verwachten. Het was tenslotte geen dood, verderf, bloed, geweld of iets in die richting.
Dat geeft maar weer aan dat het van alles kan zijn wat iemand raakt.
Het rotgevoel duurde gelukkig niet lang, het praatje met K was genoeg om weer gemotiveerd verder te gaan met de dienst. 

Ik weet dat praten helpt. Ik voel me veilig op mijn werkplek om te zeggen als het even niet gaat. Ik heb ook werkplekken/tijden gehad waar ik dat niet goed durfde. Of heel erg selectief durfde. En als die paar collega’s waarbij ik het wel durfde er dan niet waren? Ja, dan slikte ik het in. En ik denk dat we allemaal weten dat ergens niet over praten niet goed is..


Een veelgemaakte [sarcastische] opmerking bij ons op de werkvloer is:
“Ik heb recht op een veilige werkomgeving!” 
Meestal wordt die gemaakt als de kerstballen je om de oren vliegen, er iemand je koffie afpakt of er smerige grappen worden gemaakt terwijl jij net je avondeten naar binnen propt.
Maar niets is meer waar, ondanks dat wij het meestal sarcastisch roepen: Iedereen heeft recht op een veilige werkomgeving. Daar waar je kan zijn wie je bent. Daar waar je kan zeggen: “Mijn emmertje zit even vol” of “Ik wil vandaag even niet op de noodhulp (de 112 meldingen rijden) want ik zit niet lekker in mijn vel” 
Daar waar je aan kan geven dat het niet goed met je gaat.

Dat je je niet schaamt als de tranen achter je ogen branden als je het bureau net binnenstapt voor de nachtdienst in je tokkie outfit en de woorden “Hey meissie wat is er…” genoeg zijn om je keihard te laten janken.. Op dat moment zelf haat je die collega’s, die dwars door je heen prikken. Je maatjes. Bij mij zelfs ook m’n zogenoemde “zorginspecteur” Kut. Sta ik verdomme te janken in de dienstwissel. Top. Maar het mooie eraan is dat wel alle emoties er mogen zijn. Tranen van het lachen, grove smerige humor, tranen van verdriet of frustratie, stoeipartijen, knuffels. Alles kan, mag en is oke. Als er een probleem is dan wordt het ook op die manier geuit. Men schreeuwt het ongeveer letterlijk door het bureau heen. Maar hey, beter duidelijk dan helemaal niet. En het scheelt achterbaks gelul.

Ik gun iedereen een werkplek waarbij je kan zijn wie je bent, voelen wat je voelt en dat ook uiten.
Maanden geleden zat een van de collega’s van mijn bureau tegen haar tranen te vechten in de briefing toen er een compleet gestoorde levensgevaarlijke idioot weer vrij bleek te zijn. Middels een sheet in onze briefing werd dat aan alle collega’s medegedeeld.
Een soort van “Let op, deze gevaarlijke idioot is weer in de wijk!” 
Hij had zeer heftige taal en bedreigingen naar haar geuit. Niet meer gericht tegen haar uniform, maar echt tegen haar.
Dat in combinatie met zijn verleden en alles waar wij / justitie hem toe in staat acht(en), maakte dat zij het heel heftig vond dat ze hem weer tegen kon gaan komen. En ons werkgebiedje is net een overbevolkte postzegel die ontzettend veel criminaliteit aantrekt dus de kans dat je hem daadwerkelijk tegenkomt is groot.
Gelukkig sprak zij uit wat ze voelde. Met bijbehorende emotie. Het maakt het besef weer even duidelijk. We zijn geen robots, we zien meer en maken meer bizarre dingen mee in een jaar dan dan een gemiddelde burger in zijn of haar hele leven.  En ja voor ons werk heb je een dikke huid nodig. Als je ziel te teer is, en je gaat huilen bij elke “fuck you” en elke blauwe plek of ingescheurde nagel moet je je denk ik afvragen of je wel op je plek zit bij de politie. Maar we blijven wel mens. Of je nou een uniform aan hebt of niet.
Niet alleen hield iedere collega een oogje extra in het zeil of we de desbetreffende man zagen. Ook hield iedereen haar in de gaten. Want zo is onze blauwe familie. En dat is mooi, we zorgen voor elkaar.

Moraal van dit verhaal heb ik eigenlijk niet. Ik hoop een klein stukje duidelijk te maken over dat het allemaal oke is. Dat alle emoties er mogen zijn en erbij horen. En dat we met humor, sarcasme en grove grappen een heel eind komen. Het is een manier van met dingen omgaan. En er natuurlijk over praten. 

Maar dat ook wij kwetsbaar zijn. Ook wij hebben een breekpunt. Incidenten die je triggeren, zaken waarmee je slecht kan omgaan. Dat ene rottige incident wat ineens wél door je muurtje komt. Of gewoon heel simpel een heftige bedreiging of scheldpartij/belediging die ineens niet meer alleen tegen je uniform is, maar écht tegen jou in persoon. 

We zijn niet allemaal macho’s met veel spierballen en weinig gevoel. Ik hoop dat dit stukje niet overkomt als een “Ahh gossie” verhaal, maar een inkijkje in hoe we met sommige dingen omgaan, hoe we zijn/werken en vooral ook gewoon mens zijn. 

Ps. Mocht je deze blog beledigend, respectloos of op een andere manier grof/ongenuanceerd vinden, dan hoor ik het graag. Ik wil namelijk juist belichten hoe we met zaken omgaan en wat ik er belangrijk aan vind. Ik heb geen enkele intentie iemand ermee te kwetsen. Het tegenovergesteld juist eerder. 

Het mooiste beroep van de wereld, maar soms met een heftig zwart randje.