Een tweedehands condoom, slechtnieuws gesprek en mergpijpjes.

Ik kom met ongeborsteld ontploft haar nog net op tijd binnen rennen om in een paar minuten in m’n uniform te springen. Nou ja, springen is misschien ietsje te positief. Maar hij past. Daar gaat het om.

Eenmaal beneden meld ik mezelf “fysiek-aanwezig-maar-m’n-geest-slaapt-nog” bij de chef van de ochtenddienst, eet een snel ontbijtje terwijl ik door veel te veel ongelezen mail heen scroll en mopper over het feit dat ik nog niet wakker ben zelfs na een half koude douche. “Dat is te zien.. Ik hou je wel wakker vandaag Liek” hoor ik achter een computer mompelen.

Ah, ik had nog niet op de dienstlijst gekeken maar noodhulp met S staat staat er achter mijn naam voor vandaag. Altijd even complimenteus die S! Haha!

We beginnen al vroeg met het ondersteunen bij de veiligheidsmensen van GVB. Bij de pontjes achter Centraal Station staat een man die reizigers bang maakt met wat verbale agressie en wilde armgebaren en hij schijnt ietsje teveel gedronken te hebben.
Ik denk dat ie al de hele nacht aan de zuip is geweest en dat het hoog tijd is dat hij naar bed gaat, ik ruik de drankwalm op meters afstand…
Als we de man aanspreken begint hij meteen met een zeer ongeloofwaardig verhaal. We moeten onze chef maar inschakelen, die belt dan weer zijn chef en de chef van de allerhoogste chef, die kent hem. 

Ja.. En ik werk bij de Eftelingpolitie.
Ik was hem al kwijt bij de tweede chef, en S zo te zien ook. Don’t blame us, want het is nog vroeg. Maar meteen een gratis tip: soms werkt ‘ahh oke’  of gewoon ‘hm hm’ erg goed als je een verhaal een beetje gemist hebt.. en dan hopen dat ze verder vertellen en je de draad weer op kan pakken. In dit geval missen we er weinig aan. 
Proberen te levelen met deze wazige snuiter gaat maar moeizaam. Als we om een identiteitsbewijs vragen komt er een pinpas tevoorschijn. Ik meen een zorgpas te zien zitten in zijn portemonnee. Ik wijs ernaar en vraag erom want daar staat een BSNnummer op…
Daar ging het mis. Toen ik al wijzend vroeg “Wat zit daar dan?” ging meneer ineens heel ongemakkelijk doen alsof hij iets te verbergen had. Gezien mensen vaker een valse naam opgeven en dan toch een identiteitsbewijs bij zich hebben en bijvoorbeeld nog boetes hebben openstaan, vragen wij rustig nog even verder voor we eventueel een identiteitsfouillering gaan toepassen.. 
Dat vragen ging S goed af.
Misschien is de juiste bewoording “te goed”. Al gauw bleek ik het mis te hebben en het pasje dat ik aanwees geen zorgpas te zijn..
En er zat nog iets achter.  Iets waar je op de vroege morgen niet bijzonder veel behoefte aan hebt.. Ook op de late avond niet overigens, maar dat terzijde.
Een mooie blauwe verpakking van Durex. Opengescheurd. Er steekt een stuk gebruikt condoom eruit. Gadverdamme.
“Een tweedehands condoom….” Ik spreek de woorden uit alsof het de normaalste zaak is van de wereld. Ik hoor S mompelen “Gelukkig doet ie het veilig….ofzo” 

S en ik konden het niet laten om er een paar subtiele grappen over te maken. Iets met recyclen, goed voor het milieu en seksuele voorlichting.
De man zelf leek het echt de normaalste zaak van de wereld te vinden. Wij vinden dit niet raar.. wij vinden dit bijzonder. 

De vreemde snuiter bleek een foto in de politiesystemen te hebben en de naam op zijn pinpas was zijn echte naam. We vroegen meneer toch dwingend de reizigers met rust te laten en legde hem uit waarom.

Al mopperend liep hij weg. Maar niet voor hij het tweedehands condoom weer terug gepropt had in de verpakking.. ennn terug in zijn portemonnee. “Fijne dag meneer!” riep ik nog ietsje te vrolijk. Mogen jullie een keer raden of we deze man een hand hebben gegeven?

(Overigens, een uur later werd dezelfde meneer aangehouden door het Team Openbaar Vervoer, omdat hij wederom overlast veroorzaakte. Deze keer in het Centraal Station. We maken nog een grap dat wij gelukkig zijn fouillering dan niet hoeven te doen. Want we hopen van harte dat de collega’s bij de insluitings fouillering dat condoom niet gevonden hebben, maar als het wel zo zou zijn, zouden we er heel hard om lachen)


We surveilleren in afwachting van een nieuwe melding over de Wallen waar laden en lossen nu nog (onder voorwaarden) mag in de ochtend uren. Een van de ondernemers spreekt ons aan. Een auto die op de stoep staat op zijn terras. “Zo kan ik niet mijn terras opbouwen…” Wij zien het probleem en laden en lossen mag dan wel, maar dit mag zo niet. We trekken het kenteken na maar het is een huurauto en dus geen telefoonnummer bekend van de bestuurder.  Alle kroegen enzo worden op dit uur bevoorraad dus zoeken welke auto er waar aan het laden en lossen, is een soort ienemienemutte.. Kroeg in kroeg uit. Nope nope nope. Ik begin aan het schrijven van een bekeuring. S zoekt nog even verder. Ik ben bijna klaar met de bekeuring (mag even duren want ik ben niet zo handig) en daar kom S aan met de bestuurder. Ik besluit dat hij mazzel heeft. Iedereen blij. 

Over blij gesproken: als we de Jodenbreestraat op rijden komt er een buurtbewoner even een praatje met ons maken. Het is vandaag mijn geluksdag want hij is op weg naar de dierenarts met zijn puppy in een mandje: ik mag even puppyknuffelen!!
Laat dat ‘even’ maar weg trouwens want ik denk dat we zeker een half uur met Brokkie en zijn baasje hebben gestaan. Ik met een grijns van oor tot oor en Brokkie tegen me aangedrukt. S en het baasje van Brokkie hadden het gezellig over diensthonden en Dobermanns.

fullsizeoutput_3796.jpeg

Als we weer verder rijden zit ik met een grote grijns in de auto. Mijn dag kan nu al niet meer stuk na het opslurpen van zoveel puppyliefde. En doordat het baasje een bewoner is uit onze wijk zijn we ook weer meteen op de hoogte van wat er speelt onder de bewoners. Ook belangrijk!

We rijden nog een of twee kleine meldingen en dan komt er weer iets bijzonders. Het hoort erbij maar het went nooit:

Iemand vertellen dat er iemand dood is. In dit geval iemands moeder. Een zogenoemd slecht nieuws gesprek. Je leert het op de politieacademie, maar eigenlijk leer je het pas in de praktijk. Harde leerschool af en toe, want laten we eerlijk zijn: de politie wordt vaak niet gezien als je beste vriend. En ook niet als de politie aan de deur komt om te vertellen dat er iemand waar jij veel van houdt dood is. Of dood aan het gaan is en je met spoed meeneemt naar het ziekenhuis. Dikke vette ellende. 

“He gezellig Liek weer een ochtenddienstje met jou op de auto, het kan nooit zonder een dode of een reanimatie..” 

“Sorry…” zeg ik lachend. Ik zit nog in m’n happy puppyknuffelmodus. 

Het is echt waar, ik kan me bijna geen dienst met S op de noodhulp herinneren dat we niet een dode hadden of een reanimatie of iets soortgelijks. Gelukkig hebben we ook altijd veel lol.
We worden gebeld door collega’s die bij de overleden vrouw staan in een andere stad en ons het verzoek doen om het slechte nieuws aan de familie in onze wijk te brengen. De moeder was niet ziek of heel oud. Gewoon zo in elkaar gezakt en niet meer opgestaan.
Dat zijn altijd net iets lastigere gesprekken omdat de nabestaanden het niet zien aankomen. Ter plaatse kijken we door het raam van de desbetreffende woning naar binnen. Daar zit een vrouw in opperste concentratie aan een grote eetkamertafel een boek te lezen. Ik zie wat kinder-ontbijtbordjes op het aanrecht en het eerste wat ik denk is “Shit, ik hoop dat die kinderen niet thuis zijn” 

Het portiek is een wirwar van deurbellen, bordjes en onduidelijkheid. Bij een stressvolle melding zoals reanimaties of onwel-wordingen heb ik daar een hekel aan omdat het kostbare tijd vreet maar nu is het ook niet fijn. Je wilt niet bij de verkeerde woning staan met dit nieuws.
We vinden de goede deur en verifiëren of we aan het goede adres staan. De zoon van de overledene is niet thuis, maar we besluiten toch het slechte nieuws aan zijn vrouw te brengen en dan verder te kijken.

De vrouw schrikt zich kapot als wij aandringen of we naar binnen mogen. 
Slecht nieuws in een open deuropening brengen is nooit een goed idee.
Vertellen dat er iemand dood is waar je veel om geeft is geen feestje. Paniek, tranen, opluchting dat het slechte nieuws niet om haar kinderen ging, ongeloof en weer nieuwe tranen. 

De vrouw gaat na de eerste schrik in een zorgende rol. “Vreselijk werk hebben jullie toch! Ik ga koffie zetten voor jullie” 
Wij schudden dat direct af en draaien de rollen om. We zetten thee voor de vrouw en geven haar zo lang ze nodig heeft om de eerste schrik te verwerken. We maken een plan om haar man het slechte nieuws te brengen. Dat loopt niet volgens het boekje. Maar ja.. “Volgens het boekje” is ook maar een uitdrukking, en er gaat nooit een slechtnieuws gesprek zoals je het verwacht. Eigenlijk gaat er bijna nooit iets in ons werk “volgens het boekje” en als dat wel een keer zo is, zijn we eigenlijk zelf verbaasd. Klinkt niet professioneel gok ik, maar het is wel wat het is. 


Ik bel heen en weer met de collega’s bij de overledene en ben met toestemming van de nabestaanden al bezig met het bellen voor het zo snel mogelijke laten ophalen van lichaam. Ik heb woorden met de overkoepelende organisatie die het regelt. Bijna fluisterend (want viswijf modus in een woning waar het verdriet voelbaar is, is niet netjes) je stem verheffen is ook een kunst. Het duurt even maar het is geregeld. Bah.
Als de overleden vrouw niet snel wordt opgehaald dan is het lichaam straks dusdanig verkleurd (zwart) dat een open kist uitvaart niet meer mogelijk is.  En eigenlijk wil je ten alle tijden voorkomen dat die keuze al gemaakt wordt voor nabestaanden. 
Als we uit eindelijk weggaan hebben de nabestaanden alle info op papier die ze nodig hebben. Alles opschrijven voor de nabestaanden is fijn zodat ze de vertelde dingen niet vergeten door alle emoties.

Wij met een gerust hart naar het bureau om mergpijpjes van Van der Linden te eten waar de jarige M op trakteerde. Met een bureau vol vreetzakken moet je als vreetzak rennen wil je er nog eentje te pakken krijgen. Veel mensen die niet op een been kunnen lopen zullen we maar zeggen. Ik zelf heb daar trouwens ook flink veel moeite mee. 
Er gaat eigenlijk geen dag voorbij dat er niets te vieren is op ons bureau. Of dat er iemand te laat is en moet trakteren. Of dat er een baby is geboren. Of een andere reden voor taart. Het leven is een feestje en we hangen maar al te graag zelf de slingers op in ons bureau. 

Een beetje gek wel, lekker gezellig doen terwijl je een paar minuten daarvoor nog iemands leven overhoop gooide met slecht nieuws. 
Maar dat is wel deel van het mooie en bijzondere aan ons werk en het houdt je lekker nuchter. 

Wij krijgen een nieuwe melding. Er loopt een man te schreeuwen en drugs te gebruiken, omwonenden hebben er last van en vinden de man eng. We lezen een goed signalement in de melding en als we aan komen rijden roepen we net iets te blij in koor “Ik denk dat we hem gevonden hebben!”
De man bleek een dakloze te zijn, verslaafd aan allerlei drugs. Hij was naar eigen zeggen al op weg naar het methadon-verstrekpunt (maar hier even in het hofje ‘gestrand’ voor het roken van een jointje en uit de wind te zitten)

Methadon is sterke pijnstiller. Een kunstmatige opiaat, zoals ze dat met moeilijke woorden zeggen. Het wordt gebruikt als medicijn bij verslaving aan o.a. heroïne. Het lijkt er ook op qua effecten (en risico’s) maar heeft veel voordelen.
Hij klaagt even wat over de wind, het uitblijven van de zomer en over dat mensen hem eng vinden en dat ook tegen hem zeggen af en toe..
“Ik zeg toch ook niet tegen iemand dat ik diegene eng vind. Ik vind van die wijven met kilo’s make-up eng en bemoei me daar toch ook niet mee” 
Ergens vind ik het echt zielig. Door zijn schreeuwende drukke gedrag en zijn verwilderde uitstraling snap ik wel dat mensen hem eng vinden. Al denk ik stiekem ook wel eens “stel je niet aan het is een dakloze.. geen psycho seriemoordenaar met proefverlof” 

Er zijn serieus mensen die de politie vragen de zwerver op het bankje 200 meter bij hun huis vandaan weg te sturen, met als briljante ‘reden’ dat dat bankje voor buurtbewoners is  terwijl die dakloze daar echt alleen maar zit. En ademhaalt. Calm the fuck down dan.. denk ik. 
Uiteraard wil ik hiermee niet zeggen dat je nooit de politie mag bellen ervoor, maar ik denk wel dat een klein beetje tolerantie naar de medemens de wereld ietsje mooier maakt.Maar goed, dat is een ander verhaal, ik ben weer afgeleid van m’n verhaal.  Over verhaal gesproken.. Ook daklozen hebben een levensverhaal. Het kan ons allemaal gebeuren.

We praten even over dat mensen hem eng vinden en hoe hij zich daarbij voelt. S heeft goed contact met hem en verzoekt hem dan uiteindelijk vriendelijk doch dringend te vertrekken.
Dat was hij al van plan: snel zijn methadon halen en hopen dat het morgen ineens lekker zomers weer is want hij werd onrustig van de wind zei hij.

Door de lamellen heen zag ik wat buurbewoners gluren terwijl S met de man praat. Een buurtbewoner maakt een wegwerpgebaar en steekt zijn duim op.
Moeilijke situatie, ik begrijp de buurtbewoners wel, maar ik begrijp de zwerver ook.
In ons systeem komt hij nauwelijks voor, alleen heel af en toe melding “overlast zwerver” maar dat is ook maar relatief. Geen echte bijzonderheden. Niet voor Amsterdamse begrippen.

Gedurende de dienst rijden we ook nog een paar meldingen met andere eenheden mee en als we uit eindelijk de noodhulp sleutels overdragen aan de collega’s van de middagdienst zeggen we als overdracht “Het was rustig”. Een prima ochtenddienst, met van alles wat. En met mergpijpjes van Van der Linden.